IN DE BENAUWDHEID
In Psalm 107 waar steeds herhaald wordt: 6, 13, 19, enz
“Toen riepen zij tot de HERE in hun benauwdheid, en Hij voerde hen uit hun angsten “.
Benauwdheid is een plaats waarin elke ware christen die Christus volkomen wil volgen, vroeg of laat terechtkomt. Vreemd genoeg is de plaats van benauwdheid een plaats waar God je brengen kan. In vers 25 (van Psalm 107) staat duidelijk:
Hij sprak en deed een stormwind opsteken.
Er zijn dus stormen in het leven van een kind van God die niet door de duivel of door de zonde komen. God brengt je op die plaats voor Zijn heilig doel, om je geloof te testen. Hij brengt je op die plaats totdat je leert om volledig op God te vertrouwen wat er ook gebeurt.
Bij Israël zien we dat keer op keer en ze faalden telkens weer. Denk aan de plaats genaamd Pi-Hachiroth bij de Rode Zee. God Zelf bracht hen daar en sloot Zijn volk in. De zee was voor hen, links en rechts waren bergen en Farao’s leger was achter hen. Ze konden geen kant meer op, en dat, terwijl ze de belofte hadden van het beloofde land. God ging voor hen uit met een vuurkolom des nachts en een wolkkolom des daags. God Zelf bracht hen dus in de plaats der benauwdheid.
God brengt u op de plaats der benauwdheid omdat Hij wil zien of u Hem vertrouwt, want Hij heeft in Zijn hart reeds lang maatregelen getroffen om u te helpen. Hij wist allang dat Hij een weg zou banen door de Rode Zee. Toch wacht God vaak tot op het laatste moment om te zien wat wij zullen doen, of we Hem vertrouwen of niet. Hij wil zien of we ons leven in Zijn hand durven leggen, door te zeggen:
“Kom ik om, dan kom ik om, maar ik zal op God vertrouwen!”
Israël faalde keer op keer en als je faalt moet je het overdoen. Je moet weer opnieuw door de problemen heen. Terug bij af! Drie dagen nadat ze door de Rode Zee waren getrokken, kwam Israël weer in de benauwdheid. Er was geen water. Ze hadden dorst in die hete woestijn.
Eindelijk vonden ze water te Mara, maar ze konden het niet drinken, want het was bitter. Mozes kreeg de schuld. “Je hebt ons hier gebracht om te sterven!” Maar God had allang een plan. Er stond een boom bij het water en God zou het hout van die boom gebruiken om het bittere water zoet te maken. Die boom stond daar al jaren en God wist dat Hij eenmaal die boom nodig zou hebben om Zijn volk uit de nood te redden.
Er was nog een boom waarvan God wist dat Hij dat hout nodig zou hebben. Zijn eniggeboren Zoon zou daaraan sterven om ons het leven te geven.
Weer kwam het volk in benauwdheid en weer werd het volk boos op God en op Mozes. Weer was er geen water. Nadat ze de plaatsen Pi-Hachiroth en Mara achter zich hadden gelaten, bracht God hen bij de plaats Rafidim. Weer wachtte Hij met het geven van water om te zien wat ze zouden doen; weer faalden ze. God wist iets wat zij niet wisten, namelijk dat ze op een onuitputtelijk reservoir van water stonden dat 38 jaar met hen mee zou reizen om hen in de woestijn voortdurend van water te voorzien.
God heeft een plan voor uw probleem en voor uw ellende en God is bij machte om het wonder te doen!
Israël dacht echter niet aan al die wonderen die God reeds had gedaan.
U zegt misschien: “Als God dit of dat bepaalde wonder doet, zal ik nooit meer twijfelen”. Maar hoe zit het dan met al die wonderen die God reeds in uw leven heeft gedaan? Wonderen geven u dus niet het vaste vertrouwen in God.
Als je op die plaats van benauwdheid komt kun je slechts twee dingen doen: je vertrouwt op God of op de mens voor je redding. God zegt echter:
“Vervloekt is de man die op een mens vertrouwt” (Jeremia 17:5)
Laten wij ons vertrouwen op God stellen.
Hij alleen is bij machte om in al onze behoeften
naar Zijn rijkdom heerlijk te voorzien,
in Christus Jezus
(Filippenzen4:19)
Toen de Zoon van God, Jezus Christus, op aarde kwam had Hij niet de macht en heerlijkheid die Hij bij de Vader in de hemel bezat. Het paste in Gods plan dat Zijn Zoon deel zou hebben aan deze gebroken wereld vol van lijden en vernederingen en juist ook om haar uiteindelijk deel te laten hebben aan de heerlijkheid van de Zoon (Hebr. 2:9-11,14,15 en I Kor. 2:8). Dit deel hebben aan de vernederingen begon al bij Zijn geboorte in de stal van Bethlehem en eindigde bij de wrede dood aan het kruis.
Dit alles staat in een schil contrast met Jezus wederkomst in het duizendjarig vrederijk, aan het eind der tijden als Jezus zal resideren te Jeruzalem en over alle volkeren zal regeren. Dan zal Hij komen in volle macht en heerlijkheid van de Vader en alles (de levende en dode natuur) zal Hem dan onderworpen zijn (Matt. 24:30). Dit contrast tussen Zijn eerste komst op aarde in vernedering (Hebr. 2:9,10) en Zijn tweede komst in kracht en heerlijkheid zien we mooi geïllustreerd in het verschil tussen ‘onze’ Tabernakel (tent) waar wij het nu over hebben en de latere permanente tempel te Jeruzalem die Salomo bouwde. Deze latere tempel was niet alleen vol pracht van binnen zoals de tabernakeltent in de woestijn, maar ook de buitenkant straalde pracht en rijkdom uit. De buitenkant van de (tabernakel) tent waar God in mee trok door de woestijn was echter even grauw als alle andere tenten waar het Joodse volk in woonde. Evenals het volk had deze woonplaats van God geen vaste verblijfplaats en stond het eenvoudig zonder vloer in het woestijnzand. Zo ook met Jezus Christus toen Hij in Israël het volk onderwees. Aan niets van Zijn uiterlijk kon men zien dat Hij de Zoon van God is. Door Zijn daden vermoeden veel mensen wel dat Hij iets bijzonders was, maar van uit zichzelf kan de mens geen zekerheid krijgen. Een openbaring van God blijft nodig zoals bij Petrus in Matt. 16:17. Daarom lezen we in Joh. 10:24 hoe de mensen aan Jezus vragen: “Hoe lang houdt Gij onze ziel nog in spanning? Indien Gij de Christus zijt, zeg het ons ronduit.” Maar met een eenvoudig “ja” zijn we niet gebaad. We zouden direct opnieuw twijfelen. Jezus had hen bij een andere gelegenheid al gezegd dat alleen God het ware geloof kan geven (Joh. 6:44, Ef. 2:8). Maar men leefde te ver van God om het in vertrouwen van Hem te verwachten. Voor verreweg de meeste mensen was de Zoon van God toen nog ‘incognito’ net als voor veel mensen in onze tijd. Het grote struikelblok was toen dat men nog helemaal moest wennen aan de gedachte dat de persoon die zo gewoon rondliep door Israël niet alleen een mens (stoffelijk) was, maar ook waarachtig God is (eeuwig en volmaakt). Toch leert het O.T. dit al op verschillende plaatsen.
In Micha 5:1 lezen we dat uit Bethlehem, de stad van koning David, een Persoon voort zou komen wiens oorsprong is van de dagen der eeuwigheid. In Jes. 9:5 lezen < we dat eenmaal een Kind geboren zou worden waar o.a. van gezegd wordt dat Hij Sterke God en Eeuwige Vader is. En in Jes. 53:2,3,9,11 lezen we dat een voor het oog wel heel gewoon mens toch uitblinkt in volmaaktheid en een extreem grote invloed zou hebben in het leven van veel mensen en hen de zelfde volmaaktheid zou geven die Hij bezit. Tevens zal Hij uit de dood opstaan en een lang (hier eeuwig) leven hebben.
Deze ‘tweeslachtigheid’ vinden wij ook terug in de tabernakel. En dit niet alleen in de hierboven genoemde uiterlijke soberheid tegenover de inwendige rijkdom. Op de gouden 7 armige kandelaar na waren alle voorwerpen in de tent en ook de wanden zelf opgebouwd uit twee stoffen die dit contrast prachtig illustreren. Aan de ene kant bestond de toonbroden tafel, reukofferaltaar, de ark en de wanden van de tent uit acaciahout (= gegroeid uit de aarde d.w.z. van deze wereld en dus vergankelijk), terwijl aan de andere kant het geheel overdekt was door louter goud (goud is in de Bijbel meestal het symbool van goddelijke heerlijkheid en dus niet van deze wereld, zie I Kor. 3:12 en Opb. 3:18; 21:18,21). Wij kunnen dit o.a. lezen in Ex. 25:10,11,13,23,24,28. Deze twee heel verschillende werelden heeft iedere wedergeboren christen in zich. In II Kor. 4:6,7 lezen we dan ook: “God heeft het doen schijnen in onze harten, om ons te verlichten met de kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Christus. Maar wij hebben deze schat in aarden vaten.” En in I Cor. 6:19 lezen we: “Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij (bij de wedergeboorte) van God ontvangen hebt.
De weg als Christen vervuld met de Heiligen Geest
Bovenstaand (aanklikken) een nieuwe overdenking waarbij u de bijbel moet openen.
Gods zegen en groetjes
Broeders en zusters vorige week heeft u niets ontvangen toen was de boodschap en bijbehorende brief van Cor voldoende voor die week. Vanaf nu gaan we op dezelfde voet verder.
Thema: Psalm 25
Bent u wel eens bezig geweest om in contact te komen met een belangrijk iemand? U moet dan veel geduld beoefenen en langs vele schijven voordat u misschien in de gelegenheid gesteld wordt deze persoon te spreken.
God de Schepper van hemel en aarde, de Almachtige is elke seconde van de dag aanspreekbaar voor een ieder. Met God kunnen we alles bespreken.
Waarom zoeken we dan zo weinig contact of moet er eerst iets ergs of onoplosbaar plaats vinden voordat we Zijn aangezicht zoeken?
Om in iemand nabijheid te zijn is het van belang dat we dat als prettig ervaren. Als we bang zijn of ruzie hebben dan mijden we vaak de persoon of situatie
Psalm 25 begint met het begrip vertrouwen.
Om God echt met ons hart te kunnen ontmoeten moet er een basis van vertrouwen zijn. Als wij ons veroordeelt voelen of we twijfelen aan Gods motieven zal het voor ons bijna ondoenlijk zijn om met ons hart uit liefde God te zoeken in gebed. We kunnen bidden uit gewoonte, als een routine matige bezigheid of we kunnen Gods aangezicht zoeken uit liefde.
Liefde is bereid de ander de ruimte te geven. Alleen als we zien wat God voor ons over heeft gehad en wat het Hem gekost heeft behoed ons voor uiterlijke vertoon en routine.
Om God te ontmoeten is het vereiste om met lege handen te komen. Zolang we denken te moeten produceren i.p.v. te ontvangen kan God ons niet leiden, (vs. 5)
Alleen als we ootmoedig zijn zullen we Gods weg verstaan, (vs. 8 en 9)
Zijn er zonden in ons leven dan veroorzaken die vaak dat we ons schuldig en verward voelen.
Er is dan vrees in ons leven en het zoeken van God komt dan niet voort uit liefde, maar angst.
Maar we mogen steeds weer komen zoals we zijn en erkennen dat we verlossing en vergeving nodig hebben (vs 10 en 11) God wil ons indien wij onze zonden oprecht belijden vergeving schenken. Steeds weer opnieuw. God ziet ons in Christus volmaakt!!!
In Gods nabijheid kunnen we alleen zijn als we Hem ook de plaats geven die Hem toekomt
(vs 12 en 14)
Als we ons vrijwillig willen onderwerpen en voortdurend kiezen voor Zijn wil en niet onze eigen weg gaan zullen we ervaren wat het betekent om in vertrouwelijke omgang met de Heer te wandelen. Het is dan geen opgelegde zaak, maar het komt van binnen uit.
God kan alleen tot ons spreken als wij bereid zijn om te luisteren. God verlangt er naar u te leiden. Zolang onze ogen op iemand anders of omstandigheden gevestigd zijn kan God niet tot ons hart spreken. Maar als onze ogen op God zijn gericht voert hij ons uit het net. (vs. 15)
Liefde voor God en bewogenheid voor de ander hebben we niet vanuit ons zelf. Ook de drang om God te Zoeken niet, maar God wil ons dit alles schenken als wij willen ontvangen. God vraagt van ons een verwachtende houding. Geloven we dat God tot ons hart wil spreken? (vs. 21)
God verlangt er naar u te ontmoeten? Bent u bereid tijd voor Hem apart te zetten (uit liefde)
Gebed kunnen we nooit opleggen net zo min als het apart zetten van tijd om de Heer te zoeken of zelfs te vasten Dit moet voortkomen uit ons hart. Jezus waarschuwde herhaalde malen in de Evangeliën voor huichelarij. We kunnen ons aan de buitenkant heel vroom voordoen, maar God is niet op zoek naar prestatie, maar liefde en wil u graag ontmoeten.
Gods zegen en groetjes
Broeders en zusters hierbij een stukje uit het zoeklicht, waarvan ik denk dat het biddend en overdenkend door een ieder persoonlijk bij onze Vader gebracht moet worden om, ook als gemeente klaar te zijn voor de toekomst. Lees het en kom met vragen, als je die hebt:
Al vele jaren waarschuwt David Wilkerson voor Gods oordelen die over de aarde zullen komen vanwege onze zonden. Toen hij zich voorheen inzette voor drugsverslaafden, kreeg hij zeer veel waardering. Wereldwijd.
Heel bekend werd zijnboek Kruis in de asfaltjungle.
Maar sinds God hem in de jaren zeventig van de vorige eeuw riep als ‘eindtijdprediker’, moet hij het nogal eens ontgelden. Velen vinden hem een zogenaamde ‘hel en verdoemenis’ prediker, die de mensen alleen maar bang maakt.
Toch is het zinvol om naar hem te luisteren. Heel bekend werd zijn boek Het visioen (uitgeverij Elia, www.elia.nl), waarin hij het visioen beschrijft dat God hem gaf over de eindtijd. Hij kondigde Gods oordelen aan en riep dringend op tot bekering en terugkeer naar God. Enkele jaren geleden kwam hij met een aanvulling op dat boek: Het visioen en verder.
In de huidige economische crisis die over de wereld raast, zien we veel wat hij eerder aangaf, werkelijkheid worden. Het financiële systeem staat op instorten en eind vorig jaar was het – volgens deskundigen – een paar keer enkele uren verwijderd van een definitieve ineenstorting. Door razendsnel ingrijpen kon dat nog net worden voorkomen.
Nieuwe boodschap
Enkele weken geleden liet Wilkerson opnieuw van zich horen, met een schokkende boodschap. Hij voelde zich door de Heilige Geest gedrongen om deze boodschap nu door te geven. “God zal de aarde binnenkort gaan schudden. Grote steden in heel Amerika zullen worden getroffen door oproer en branden. Er zullen opstanden uitbreken en steden in de hele wereld zullen in brand staan.” Wilkerson noemt dit de wraak van God. “God zal de zonden van Amerika en van de naties oordelen.” Zelf heeft Wilkerson een voorraad voedsel aangelegd voor dertig dagen, “omdat, als het zover is, de winkels in een uur leeg zullen zijn.” Aan anderen adviseert Hij de Here te zoeken voor wat ze wel of niet moeten doen. “Schuil bij Hem, stel je vertrouwen op Hem en laat je door Hem leiden.”
In eerste instantie was er voorzichtige instemming met de waarschuwende boodschap van Wilkerson. “Zijn boodschap is in lijn met Bijbelse profetieën”, klonk het. Maar al snel begon er ook kritiek los te komen. Sommigen stelden dat eerdere en meer concrete voorzeggingen van Wilkerson niet uitgekomen zijn en waarom zouden we dan wel waarde hechten aan deze boodschap?
Onze reactie?
Dit brengt ons tot de vraag hoe onze houding moet zijn ten opzichte van de recente boodschap van Wilkerson. Wat opvalt, is dat hij zich geen profeet noemt. Hij stelt zich nederig op. Hij legt als het ware zijn boodschap op tafel met de vraag deze te beoordelen en ermee naar God te gaan. Dat lijkt mij een zuivere houding.
Wilkerson is verbonden aan de Times Square Church in New York. Het is opmerkelijk dat hij, voorafgaande aan de aanslagen in september 2001, de boodschap doorgaf dat er iets stond te gebeuren. Hij wist niet precies wat dat zou zijn, maar wel dat zijn gemeente zich erop moest voorbereiden. De drie maanden voor die aanslagen, werd er constant gebeden en toen dat drama plaatsvond, was de gemeente, die zich vlakbij de plaats bevindt waar het drama plaatsvond, voorbereid om direct in actie te komen. En ook nu wordt er in deze gemeente voortdurend indringend gebeden voor de moeilijke tijd die voor ons ligt.
Ik wil u zeggen dat ik veel respect heb voor David Wilkerson. Hij aarzelt niet om uitwassen en excessen in zijn eigen ‘Pinksterkringen’ aan de kaak te stellen, zoals het voorspoeds- en welvaartsevangelie.
‘Maar’, zullen sommigen zeggen, ‘we hebben toch de Bijbel. Dat is toch genoeg. Wat moeten we met deze aanvullende profetische informatie?’ Ik denk dat je kunt zeggen dat de Bijbel laat zien dat God altijd waarschuwt voordat Hij met Zijn oordelen komt. Denk maar eens aan Jeremia. En de Bijbel spreekt toch over profeteren, het zien van gezichten en het dromen van dromen (Handelingen 2 en Joel 2). En zeker, zulke profetieën, gezichten, dromen en visioenen zullen we altijd moeten toetsen aan het Woord van God (l Johannes 4:1 – Beproeft de geesten of ze uit God zijn).
Dat doende, meen ik dat we de boodschap van Wilkerson zeer serieus moeten nemen. Laten we ons voorbereiden op moeilijke tijden en laten we daar vandaag al mee beginnen. Zoek vooral de Here, zoek Zijn weg hierin. Zorg dat u Hem kent als uw Schuilplaats, Die in moeilijke situaties voor u zal strijden. Dan hoeft u niet te vrezen voor de toekomst, hoe heftig de crisis ook wordt.
Dirk van Genderen
www.dirkvangenderen.nl
21 het zoeklicht
Waar ben ik op gericht:
U (God) hebt alles geschapen. Alles is onstaan en gemaakt voor Uw plezier.
Heb de Here God lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.
Aanbidding is een manier van leven:
Die de waarde bepaalt, de juiste dingen eert, mijn afgoden langzaam uit gaat bannen.
Waar is jouw aanbidding op gericht:
Jouw tijd
Jouw geld
Jouw gedachten.
Aanbidding in de praktijk: Geef God eer
Je zult geen andere goden vereren naast mij. Ex 20:3
Want de Heer is groot Hem komt alle lof toe Kro 16:25
Jezus zei tegen de duivel:”Eer de Heer uw God
` en dien hem alleen”. Mat 4:10
Waarom God Aanbidden
Om God Persoonlijk te ervaren.
Om Je hart te laten Veranderen
Hoe God eren:
Geef God je liefde ( Liefde spel je als T.IJ.D)
Geef God je lofprijs ( Je bewondering en dankbaarheid)
Geef God je toewijding ( Dat is Trouw)
Heb je:
Gelukkige momenten, Loof God
Moeilijke momenten, Zoek God
Stille momenten, Vereer God
Pijnlijke momenten, Vertrouw God
Ieder moment, Dank God
We heten menselijk wezen en niet menselijk doen.
Een bijzonder voorbeeld, waaruit blijkt hoe ook de Here Jezus met de Zijnen bewogen is en met hen meelijdt, vinden wij in de kortste tekst van het Nieuwe Testament: “Jezus weende” (Johannes 11:35). Het zijn slechts twee woorden, die veelbetekenend zijn.
Het wenen van de Here Jezus was zó opmerkelijk, dat de mensen tegen elkaar zeiden: “Zie (Kijk), Jezus huilt.” (Johannes 11:36) Zij zagen de warmte, de liefde en de betrokkenheid van de Here Jezus, toen Hij huilde.
Het huilen van de Here Jezus was heel opmerkelijk. Hij wist, dat Hij Lazarus uit de dood zou opwekken. Toch huilde Hij. Toch had Hij verdriet. Hij had verdriet om Lazarus. Hij had verdriet met Maria en Martha. Hij huilde zelfs zeer opvallend. In Johannes 11:33 staat, dat Hij verbolgen in de geest was en dat Hij diep ontroerd was. Dit wijst op diepe inwendige emoties, die openlijk en zichtbaar waren. Het spreekt van een diepe bewogenheid. De Heer was op dat moment zeer emotioneel.
De Heer heeft vaker gehuild. Lucas 19:41-44 vertellen ons, dat Hij weende toen Hij de stad zag, die verwoest zou worden. Jezus weende en had verdriet om de stenen van Jeruzalem. Hij weende om de opgestapelde stenen, die tot huizen en paleizen gevormd waren, omdat ze afgebroken zouden worden. De Heer had Jeruzalem lief en was bewogen met de stad.
In Hebreeën 5:7-10 lezen wij, dat de drie jarige rondwandeling van de Heer in zekere zin een groot tranendal geweest is. Ook laten deze verzen ons iets zien over de zin van het lijden in het leven van de Here Jezus. Hij leerde gehoorzaamheid uit het lijden. Het lijkt een vreemde uitspraak, dat onze Heiland gehoorzaamheid moest leren. Toch staat het er. Vaak vragen mensen die lijden, wat de zin van hun lijden kan zijn. Er kan door anderen soms heel gemakkelijk over de zin van hun lijden gesproken worden. Soms lijkt het lijden helemaal geen zin te hebben en lijkt het alleen maar een gevolg van het feit dat wij leven in een zondige wereld. Misschien kan er voor ons soms ook een inhoud aan gegeven worden, als ook wij leren, om ondanks het lijden toch toegewijd aan de Heer te blijven. Dan gaan wij de weg van de Here Jezus en tonen ook wij onze (groeiende) gehoorzaamheid.
Er is een bijzondere troost die uit het wenen van de Here Jezus naar ons toekomt. Hij toont met Zijn tranen bij het graf van Lazarus niet alleen, dat Hij echt vanuit het diepste van Zijn ziel met ons meeleeft. Hij toont met Zijn werk in het tranendal, dat er een dag zal komen, dat onze tranen afgewist zullen worden. Bij het binnenkomen van de hemel en de eeuwige heerlijkheid, zal God alle tranen drogen (Openbaring 7:17; 21:4). De Heer zal niet meer wenen en wij zullen niet meer wenen. Dan zal Hij niet met ons benauwd zijn, maar zullen wij met Hem in heerlijkheid leven.
Gods zegen en groetjes
Jawel, ik moet meer bidden, meer getuigen, meer tijd doorbrengen met het bestuderen van de bijbel, ik moet vrijmoediger worden in mijn spreken en handelen, ik moet meer aandacht voor mijn vrouw en kinderen en buren hebben, ik moet meer liefde opbrengen voor lastige collega’s en ook de aardige collega’s mag ik niet veronachtzamen, mijn werk moet met meer dan alle ijver gedaan worden, ik moet ook veel vaker mijn familie bezoeken, daarnaast mag ik geen samenkomst, bidstond, extra ingelaste bidstond missen en moet ik veel meer mijn gaven najagen en vooral de liefde, die nooit genoeg is……………
En de Here Jezus zegt: Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven….
Te vaak ben ik (en met mij vele anderen, merk ik) niet gekomen tot Jezus, maar tot “mijn werkheiligheid”.
Waarom doen we ons dit zelf aan?
Ik merk bij mezelf, wanneer ik “ernaast zit” veelal twee redenen:
- ik wil graag uitblinken in heiligheid en wordt fanatiek;
- ik voel me schuldig dat ik nog niet ben zoals Jezus (en toch ben ik al een aantal jaren “op de weg”).
Het is duidelijk: het is in zo’n geval nodig dat we het sprongetje maken van “ik moet…” naar Christus:
….neemt MIJN juk op u en leert van MIJ, want IK BEN zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want MIJN juk is zacht en MIJN last is licht.
Zo wil de Here Jezus dat we ons laten leiden en laten leren. Alle dingen komen dan in het juiste perspectief: we krijgen weer meer door dat de Vader ons lief heeft, ons nabij is, ons leert welke weg we mogen gaan. Zodoende is er rust en veiligheid en vrede en blijdschap en……….
heiligheid!! Hallelujah!
Dank U Heer Jezus voor U en uw genade, overvloedig en rijk!
“U geschiede naar uw geloof”! zei de Heer tegen de twee blinden die Hem volgden en om ontferming smeekten ( Mat 9 : 29) Wat in dat mooi ! Ons geloof, onze volharding, onze verwachting als maatstaf voor de aktiviteit van de rijke almacht van de Heer! En zo was het : ” U geschiede naar uw geloof. “
Dezelfde taal spreekt het wonder dat Elisa verricht in (2 Kon 4 : 1 -7.) de olie van de weduwe, want zolang de weduwe vaten aanvoerde, bleef de olie stromen. De olie wachtte op de vaten; de vaten gaven de maat aan voor de olie. Met andere woorden : de kracht van God wachtte op het geloof; het geloof was als het ware de maatstaf voor de mildheid van de hulpbronnen van God. Het was net zoals eeuwen geleden toen Abraham voor Sodom pleitte bij de Heer. Zolang Abraham aanhield en voortging met pleiten, bleef ook de Heer staan en voldeed aan zijn wens ( Gen 18 : 17 – 33)
Ook in dit gedeelte ( 2 Kon 4 : l – 17 ) vinden we een prachtige voorstelling van de genade van God. Maar er is voor ons nog iets anders op te merken. De profeet zei tot de vrouw :” Vertel mij , wat gij in uw huis hebt”.(vs 2 ).
Op dezelfde wijze richtte Jezus later de vraag tot zijn discipelen ; “Hoeveel broden hebt gij .” ( Marcus 8:5)
Zo heeft Hij ook eens tot Mozes gesproken op de berg Horeb:” Wat hebt gij daar in uw hand ?!! ( Ex 4 :2)
Alles wat wij bezitten moet gebruikt worden, wat het ook is.
Al is het ook een herdersstaf, als het gaat om Israëls verlossing ; of een kruik olie om de schuldeiser te betalen, die het recht heeft de kinderen, en zelfs om alles te verkopen; al zijn er maar vijf broden, waarmee vijfduizend hongerige magen gevuld moeten worden,….het maakt allemaal niet uit. Wat er is, moet/zal gebruikt worden.
Groetjes en Gods zegen
Simon
